Hartelijk welkom op de website van;

S t e r r e v e l t s 

Eurasier



Uiterlijk
Is een harmonisch gebouwde, middelgrote keesachtige hond in verschillende kleuren.
De haarlengte laat de verhoudingen van het lichaam nog goed zien.
Staande oren, middelzwaar bot, lichaam iets langer dan hoog.
Het hoofd is wigvormig, heeft weinig stop.
Grootte: Reuen 52 – 60 cm met een gewicht van 23 tot 32 kilo
Teven 48 - 56 cm met een gewicht van 18 tot 26 kilo
De Eurasier behoort tot de rasgroep
van de Keesachtigen en Poolhonden.
Rasgroep 5.

• In 1973 erkend door de F.C.I. (reg. nr. 291)

Karakter

  • in huis: rustig, evenwichtig, met een hoge prikkeldrempel, niet luidruchtig, maar wel waak -en opmerkzaam.
  • Buiten: Levendig, temperamentvol, sportief, leergierig.

Sociaal gedrag:
Naar vreemden toe is hij terughoudend, gereserveerd, maar niet agressief.
Een Eurasier is een echte gezinshond, zelfbewust en baasgericht gaat hij of zij graag zo vaak mogelijk met zijn baas overal mee naar toe.
Meedoen aan sportieve activiteiten zoals behendigheid, Fly-ball of Breitensport vinden ze erg leuk
Veel alleen zijn doet een Eurasier geen goed. Een Eurasier is dus beslist niet geschikt om buitenshuis in een kennel of schuur te worden gehouden, ook is hij niet geschikt voor africhting.

Vachtverzorging:
Ondanks zijn overvloedige dubbele vacht heeft een Eurasier niet heel veel vachtverzorging nodig. Tijdens de ruiperioden moet er echter wel bijna dagelijks gekamd of geborsteld worden


Wilt U meer weten over de Eurasier....bekijk dan ook de site van de Eurasier Vereniging Nederland : www.eurasier.nl

Wilt U meer weten over de Internationale Federatie voor Eurasier fok,

de IFEZ,

www.ifez-eurasier.com

                                                     

geschiedenis

Konrad Lorenz


Kornad Lorenz, diergedragwetenschapper en later Nobelprijswinnaar, die in 1949 het boek “Er redete mit dem Vieh, den Vögeln un den Fischen” schreef, deelde honden in twee groepen in:
• de Canis Lupus, die meer wolfsachtige kwaliteiten bezitten (en volgens Lorenz dus meer van de wolvenbloed in hun genen hebben)
Hij dichtte deze kwaliteiten toe aan rassen zoals de Lappenhonden, Russische Laika’s, Samojeden, Chow-chows en Malamuten.
• Canis Aureus,(waar Lorenz meer jakhals bloed vermoedde) en die veel sterker gedomesticeerd zijn.
bij deze honden moet men denken aan herdershonden, doggen en jachthonden.


Het karakter van een hond is volgens hem een combinatie van delen Canis Lupus en de Canis Aureus, waarbij de ene hond meer eigenschappen van het eerste type bezit, terwijl de andere meer eigenschappen van het tweede type toont.

Trouw

Lorenz was vooral geinteresseerd in "trouw" bij de hond. En dan met name het soort trouw van een hond die de "baas" als een vriend voor het leven ziet, op basis van gelijkheid, zonder slaafs te zijn.

Deze eigenschap vond hij vooral terug in het karakter van de Canis Lupus.


In 1950 verschijnt zijn boek : "So kamm der mensch auf den Hund."
In dit boek beschrijft Lorenz de karaktereigenschappen van Stasi, het produkt van een ongeplande dekking tussen Bibi, een herdershondreu en de chow chow dame Pygi.

  • Wat heeft dit hele verhaal nu met de Eurasier van doen, denkt u misschien?
    De karaktereigenschappen van Stasi zijn eigenijk de gewenste karaktereigenschappen voor een Eurasier.

Wilt U een zeer uitgebreid verhaal lezen over de geschiedenis van de Eurasier dan verwijzen we U graag door naar de website van de Züchtgemeinschaf für Eurasier. De informatie is zowel in het Duits als in het Engels. Het is geschreven door dhr A. Müller en heet "History and Origins...

Züchtgemeinschaft für Eurasier

Julius Wipfel en het ontstaan van de Eurasier

Na de tweede Wereldoorlog was het gezin van Julius Wipfel op zoek naar een hond. Zij haalden er eentje uit het asiel, die hoogstwaarschijnlijk daar was achtergelaten door Canadese militairen. De “Candadees”,zoals hij genoemd werd, paste zich heel snel aan in het gezin. Uiterlijk zag hij er uit als een zwarte uitvoering van het type noordelijke sledehond. Hij was heel intelligent, lief voor de zoon des huizes en bovendien erg waaks, zozeer zelfs dat hij zich tegenover vreemden nogal “vervaarlijk”kon gedragen. Een eigenzinnig karakter dus.

Na de dood van de "Canadees"zijn dood zocht het gezin Wipfel naar een waardige opvolger.
De keuze viel op een Wolfspitsteefje Bella v.d. Waldmühle die er ongeveer net zo uitzag, heel lief en mooi was, maar helaas toch niet helemaal de vergelijking met de Canadees kon doorstaan.
Volgens Julius Wipfels opperde zijn vrouw toen het idee om zelf dan maar een hond te gaan fokken die eruitzag zoals Bella en de geliefde Canadees. Maar die kwa karakter toch wat eigenschappen van de de Canadees zou hebben.
Ondertussen had meneer Wipfel zich in de hondenliteratuur gestort en stuitte hij bij toeval op het boek van Konrad Lorenz, "So kamm der Mensch auf den Hund"dat handelde over de toevallige CHow/Herder kruising Stasi.
Door deze beschrijvingen enthousiast geworden wilde Julius Wipfel het ras de Chow Chow wel eens wat beter leren kennen.



Met een aantal enthousiaste geestverwanten, waaronder Charlotte Baldamus, start men begin jaren 60 met een poging om een hond te fokken die de beste eigenschappen van de Aureushonden en de Lupus honden in zich verenigt.
Hiervoor gebruikt men Bella v.d. Waldmuhle en haar dochters, die gepaard worden aan een aantal Chow reuen. .
Deze kruisingen worden WOLFS-CHOWS genoemd.


Begin jaren zeventig wordt dan ook een start gemaakt met het inkruisen van de samojeed.

Konrad Lorenz, wiens boeken een inspiratiebron en leidraad waren voor zowel Julius Wipfel en Charlotte Baldamus, kwam pas met de Wolf-chow in contact in 1972, toen hij “Lotus vom Jägerhof “(kennelnaam van mevr. Baldamus)zag.
Hij was meteen heel enthousiast, omdat Lotus hem heel erg aan Stasi (die dan natuurlijk allang dood is) deed denken. Later dat jaar komt Nanette vom Jägerhof (ook wel Babett) genaamd bij hem.
Hij noemt haar het teefje met het beste karakter dat hij ooit bezeten heeft.
Met de lichaamsbouw van Babett was hij echter iets minder tevreden. Hij vond dat de achterkant van Babet er lief en komisch uitzag, maar niet zo erg passend bij de voorkant, met haar kop die meer aan een wolf deed denken.

In die zelfde tijd, nadat ook de Samojeed zijn bijdrage heeft geleverd aan de vorming van het ras, bedenkt Julius Wipfel de naam EURASIER

Nog meer informatie over het onstaan en de ontwikkeling van de Eurasier kunt U vinden in het boek geschreven door Annelie Feder, in het Duits en vertaald in het Engels, genaamd: Eurasier-Heute (Kynos verslag) of het boek "Eurasier" geschreven door Julius Wipfel zelf. (verkrijgbaar via de KZG, een van de Duitse Eurasier Rasverenigingen)